Gemeenschapsopbouw
- om voor elkaar als huisgenoot te zijn
Katholiek zijn, dat kun je niet op je eentje; dat doe je samen, in gemeenschap. Christus zendt al in het evangelie zijn leerlingen twee aan twee voor zich uit. Zo kunnen ze steun vinden bij elkaar en elkaar dragen en opvangen als dat nodig is. Wij hebben elkaar nodig om de Blijde Boodschap van Gods Rijk te verkondigen, in praktijk te brengen en voor te leven. Van dat laatste, van gemeenschap vormen, van samen katholiek zijn kan een zekere uitstraling uitgaan. ‘Ziet hoe zij elkaar liefhebben’ – het staat al in de Handelingen te lezen. Tot op de dag van vandaag smeden christenen zich aaneen in gebed, in verkondiging en getuigenis, in dienst aan de naaste om Christus levend in ons midden te gedenken.
Gemeenschapsopbouw, dat is mensen die door de snel veranderende maatschappelijke verhoudingen uit de boot - van Christus’ kerk - dreigen te vallen, weer in een zinvol verband samenbrengen – vrede brengen.
Gemeenschapsopbouw is gericht op het gestalte geven aan de interne opbouw van de eigen geloofsgemeenschap, en het zoeken naar nieuwe vormen van organisatie van de groep(en) en naar nieuwe vormen van pastoraat. Gemeenschapsopbouw heeft aandacht voor de continuïteit van de gemeenschap in de toekomst, en voor de verankering, spreiding en herkenbaarheid van de gemeenschap. Gemeenschapsopbouw is in het bijzonder betrokken op de vrijwilligers binnen de Geloofsgemeenschappen en de Parochie.
Bij gemeenschapsopbouw gaat het dus om het ontwikkelen van groepen vrijwilligers en de afstemming van groepen en verschillende geloofsgemeenschappen op elkaar. Met name gaat het om inspiratie en toerusting aan contactgroepen, bezoekersgroepen en anderen, die vorm geven aan een nabije presentie. Daarbij wordt dan ingespeeld op de situatie, de plaatselijke mogelijkheden en de eigen roeping van elke geloofsgemeenschap.
Vanuit dit profiel heb je ook aandacht voor de dag van morgen, voor de continuïteit van de geloofsgemeenschap.
Gemeenschapsopbouw betreft ten slotte ook het versterken van de onderlinge verbondenheid tussen lokale geloofsgemeenschappen, werkgroepen en tussen afzonderlijke parochianen onderling.














